Mijn eerste reis Australië Australië, Perth   13:04

Reisverslag

Bla Bla BL@@K, 31 oktober 2011
Australië Australië , Perth 33°


Familiebezoek (drie weken touren door Down Under).

De vogels schrikken op en vliegen in een grote groep weg. Laag over het gras om een twintigtal meters verder weer neer te dalen. De wind speelt met de bomen, de zon reflecteerd op mijn, met zonnebrand bedekte, huid.
Onbewust maak ik het mee. Geheel in gedachten pak ik een rood stoplicht mee. Het luid toeteren van een Ute doet me opschrikken. Hoe ver kan je met je gedachten geraken. Zo ver dat het je dood zou kunnen worden blijkbaar. Gelijkvloerse gebouwen trekken langzaam aan me voorbij, kinderen spelen met een waterslang. Zomaar slenterend door een buitenwijk in Perth. In de verte zie ik de rivier de zee kussen. Daar gaat zout over in zoet, of zal het andersom zijn. Ik kan het niet vertellen. Zout en zoet, een overgang. Dat is ook meteen een beetje zoals het in mijn persoonlijke wateren gaat. Iets komt ten einde, iets begint. Waar is het begin en is het einde dat nu in het verschiet ligt, niet te vroeg. Ben ik er aan toe? Met het hart heb ik knopen door gehakt, met het hoofd bestrijd ik de juistheid steeds feller. Een ding weet ik zeker, dit feestje ben ik zeker niet degene die het licht uit doet. Dit keer niet degene die de rommel op mag ruimen nadat de laatse zatlap zijn glas op de grond heeft laten vallen. Maar ga ik nu ook niet te vroeg. Rationeel gezien is hier weinig nieuws meer te ontdekken, maar emotioneel gezien hebben Perth en haar bewoners, zich in mijn hart genesteld. Iets dat overigens voor Australie als geheel ook geldt. Maar datzelfde hart was het ook dat besliste, het is mooi geweest. Het hoofdstuk is uit.
Durf de pagina om te slaan en verder te lezen. Staar je niet blind op dat ene laatste zinnetje, ondanks dat het de angst en verwachting voor het volgende hoofdstuk donker zwart kleurt. Donker zwart bestaat niet. Wie leert te kijken in het holst van de nacht, zal meer van het leven zien dan degene die slechts het zonlicht tot zijn bondgenoot rekent. Dromen is niet voor slapers, maar voor de mensen die durven te leven.

STOPPEN, OMKIJKEN EN VERDER GAAN.

23 Mei, een winderige druilerige zaterdag. Het is echt herfst in Perth. De korte broek, het t-shirt en de sneakers zijn nog net toereikend, maar nog een paar graden er af zou toch echt een vestje betekenen. Mijn laatste werkdag. Een zaterdag, dus dat is altijd de leukste dag om te werken. Vele klanten die hun spullen eindelijk op komen halen, aangezien ze daar doordeweeks geen tijd voor hadden. Reeds in elkaar gezet kantoormeubilair dat de deur uit vliegt, wat weer een berg aan ruimte verschaft in de loods. De laatste twee weken had ik al een jonge Indier met me mee lopen, zodat mijn plek een beetje goed over genomen zou worden. Een jongen die het helemaal geweldig vond zijn eigen loods te hebben. Bekwaam was hij niet echt. Zeker op de reachtruck was het lachen geblazen. Nog nooit zoveel dozen uit de lucht zien vallen als de afgelopen twee weken. Sneeuw in Perth komt eigenlijk nooit voor, maar in de loods leek het af en toe wel alsof je op de piste was, midden in een storm.
Ach ach, en hij wilde zo graag. Gelukkig ging het dan ook gestaag beter, maar een systeem of enige vorm van orde en netheid, doelgericht en praktisch werken, dat kreeg ik er niet echt in. Toch zonde, want ik had in dat half jaar tijd een mooi stuk werk afgeleverd in dat loodsje. Arme Desmond zou nog een hoop “lol” gaan beleven was ik bang.

Een laatste dag, dan moet er natuurlijk bij getrakteerd worden. Die ochtend had ik al donuts gehaald bij mijn vrienden van Dunkin’ Donuts in het Lakeside shoppingcentre in Joondalup. Kreeg er meteen een paar gratis toen ik aan mijn vaste koffiedame vertelde dat dit mijn laatste dagje was. Wat ‘n schatje he!? Dus lekker koffie bij de donuts, nadat we de showroom hadden geopend en de spullen buiten hadden gezet. Toen ik om 10 uur van de loods naar de lunchtent op de hoek liep hadden de lieve aziaten een steak&mushroom pie (my favourite) en een pak iced coffee voor me klaar gezet. Ook gratis. Vaker doen, dat afscheid nemen! In de lunch was het mijn beurt om te betalen. Wederom bij de lunchroom. Heerlijk eten daar, dat zou ik nog wel eens gaan missen. Ik was zo gewend geraakt aan dat buiten de deur eten. Broodtrommeltjes, dat kennen ze daar niet. Zelfs de avondmaaltijden worden vaak buiten de deur genuttigd of op zijn minst afgehaald. Zeker in de steden. Mensen hebben geen tijd. De verkeerde reden denk om zoiets te doen. Dat moet je juist doen omdat je het leuk vindt, omdat het een keuze is. Niet omdat de beschaafde ‘westerse’ wereld je geen tijd gunt. Niet omdat er alleen maar van je verwacht wordt dat je het vuur uit je sloffen werkt, moet sporten om je lichaam/conditie op peil te houden en daarbuiten ook je drukke sociale leven nog eens even moet onderhouden. Pffff, voor mensen die beweren in vrijheid te leven, zit er toch een hoop moeten aan dit bestaan vast. Aan het einde van de dag toverde Desmond nog een paar lekker biertjes en wat kip uit de hoge hoed en kwam Peter McLernon, de grote baas zelve, nog even gedag zeggen. Dikke zoenen en kroelen van Leigh en Denise en een paar goede schouderkloppen (en een traantje van Carlo) rijker, reed ik met Desmond naar huis. Een einde van een mooie, doch kortstondige, carriere in Perth.

Eenmaal thuis gooide ik maar een lekkere doos Coopers Green op tafel voor de boys. Het laatste avondje samen, nou ja, in ieder geval de laatste zaterdagavond. Lekker even afpilzen en oude verhalen ophalen, nou ja, ouwe. . . ik was er pas een maand of zeven. Over bierblik gooiende aboriginals, de vele feesten, een nacht logeren in een hostel en heel de kamer trashen. Net voor tienen gingen we dan nog maar een blok bier halen. We zagen wel in dat weg gaan niet meer de beste optie was, dus werd er maar ouderwets een lekker kampvuur in de tuin gemaakt. Speakers op standje paniek, beetje fire-spinning en slap ouwehoeren. De volgende dag zouden we wel eens ouderwets naar de Sunday sessions gaan. Maar waar, The Raffles, lekker dichtbij. The Left Bank, lekker local. Of Cott, naar Cottesloe hotel. Hmm, een mooi dilemma voor een lange avond. Zeker toen de pingpong tafel nog naar buiten kwam en de buren thuis kwamen met nog wat vrienden. Kortom gezellig, zo nog even iedereen zien. Nu zou ik nadat mijn familie weer weg zou zijn nog drie dagen hebben, dus nog een zondag sessie zou ook nog in die planning passen. Ach, we zouden wel zien. Eerst me maar eens opmaken voor de aankomst van Pieter en Tom.

Dinsdag de 26e zouden ze aan komen in Perth. Er was al tijden druk heen en weer gemaild, leeuwen en beren op de weg gesprongen en problemen ontstaan die nooit een probleem konden worden. Kortom er was af en toe lichte stress in Kamp Holland. Nu is mijn broertje ook nooit echt ver weg geweest en moet echt alles op rolletjes lopen anders schiet lichaam en geest op tilt. Ik had nog even twee dagen om alles rustig op orde te brengen en was nu al benieuwd naar de vlucht van mijn bloedverwanten. Het kon niet anders dan dat er ergens wel een mooi verhaal van zou komen, mijn pappenheimers een beetje kennende. Allereerst zouden ze een vlucht van Amsterdam naar Londen hebben, ergens op 25 mei. Toen ik de 26e wakker werd, had ik al een berichtje op mijn telefoon. Er was een aardige vertraging en de heren mochten een hotelletje bij het vliegveld nemen op kosten van de luchtvaartmaatschappij. Goed geregeld, maar toch een dag kwijt. Later die dag ontving ik een sms dat ze dan toch eindelijk onderweg waren. Snel rekenend zou dat er op neer komen dat ze de 27e ergens aan het einde van de middag zouden landen. Het eerste nachtje in het hostel in Northbridge zou dan ook geen doorgang hebben.
Het kwam me allemaal niet eens zo verkeerd uit.

27 mei was het dan eindelijk echt zo ver. Ze zouden er nu ongeveer moeten zijn. Brendan moest toevallig die kant uit, dus ik mocht mezelf naar het vliegveld rijden, terwijl hij er ontspannen naast zat. Ik stapte uit en bedankte hem hartelijk. Anytime mate! Met een vreemd gevoel stapte ik de ontvangsthal binnen. Toch raar als je na anderhalf jaar je broer en vader weer te zien krijgt. Je weet, ze staan nu ergens aan de andere kant van de deur. Ik liep richting de deuren en zag ze meteen staan. Tom die moest even de koffer open doen. Daar zat natuurlijk al het smokkelwaar in welke vanuit kamp Holland mee gegeven waren. Tenminste, ik zag pakjes enzo voorbij komen. En mijn broeder met een rood hoofd. Tja, douane. Het blijft spannend als je het niet gewend bent. Als eerst kwam Pieterman Blaak door de deuren gezeild, op de voet gevolgt door Tom. Een hand, een omhelzing. Alsof ik ze een maand terug nog had gezien. Ik ben niet iemand van tijden, noch van elkaar eens in de zoveel tijd moeten zien. Als je elkaar ziet is het goed. En als dat gevoel er van weerskanten is, dan weet je dat het altijd goed zal zijn. Eerst maar eens even een bakkie doen? Goed plan! Mooi, doen we dat eerst even.

Gezeten in de vrij relaxte stoelen bij het koffietentje op het vliegveld, neem ik de bestelling maar eens op. De mannen kunnen dan wel enigszins de Engelse taal, maar Australisch, dat is toch weer net wat anders. Zeker met de jetlag die ze hadden, hoewel dat op dat moment nog wel mee viel. Hoe was de vlucht? Beetje vertraging begreep ik? Nu ja, zo zou je het kunnen noemen. Verandering in een planning, daarmee omgaan is niet een van mijn broertje zijn sterkste punten zoals ik al meldde. Zoals ik het verhaal begreep kwam het er op neer dat hij het liefste in Engeland al een vliegtuig terug had genomen naar Amsterdam. Ik had niet anders verwacht van onze dramaticus. Maar goed, een nachtje overblijven bij Londen airport was het geworden dus. Bij het inchecken aldaar vroeg de vrouw achter de balie: Ik zie dat u samen bent, kunnen we u dan ook samen in een kamer boeken zeker? Nou, had vaderlief daarop geantwoord, dat lijkt me niet verstandig. Doet u maar gewoon twee aparte kamers. Geweldig, ik had er haast bij willen zijn, hoewel ik dan misschien ook wel lichtelijk overspannen had geweest. We praatten nog even verder over van alles en nog wat, tot we het wel tijd vonden een taxi te gaan pakken. Op naar the Witch’s hat, het backpackers-hostel aan de rand van Northbridge. De taxi bracht ons keurig bij het hostel, maar eerst hadden we wel een kleine stop bij mijn onderkomen in Manning. Ik moest mijn tas even ophalen namelijk. Wel handig als je drie weken op reis gaat. En dan kon de familie meteen even zien waar ik nu eigenlijk gehuisvest was. Het inchecken verliep op rolletjes bij het hostel, dus de heren konden nu echt even ontspannen. Piet en Tom, geen reizigers pur sang. Dus geen slaapzalen voor hen. Voor hen waren er tweepersoons kamers geboekt. Zoals Tom het graag wilde. Piet maakte het niet zoveel uit, maar de andere kant was weer dat ik Pierre absoluut niet op een slaapzaal kon leggen uit respect voor alles wat er nog meer in die zaal aanwezig is en leeft. Zelfs oordoppen zijn volstrekt kansloos tegen het brute snurkgeweld dat deze man hanteert.

Familie op bezoek. Daar zit onlosmakelijk aan verbonden dat de achtergebleven familieleden het een en ander aan kadootjes en gekkigheid mee hadden gegeven. En jawel hoor. Zo ook in dit geval. Leesvoer, snoeperijen, geld, tabak en nog wat gekke nutteloze dingen. Het was weer een groot feest. Uiteraard gefilmd door papa, die na drie weken vakantie aardig verkleurd zou zijn, behalve dan het gezicht, want dat werd steeds uit de zon gehouden door het schermpje van de filmcamera. Maar goed, de heren waren nu al enkele uren in Australie en in Oz begroet je je dierbaren met een welkomstbiertje. Henkie hier, hobbelde naar de bottleshop en keerde retour met een heerlijk sixpackje Coopers Green. De avond deed rustig zijn intrede en ondanks dat de herfst op zijn einde liep waren de avonden met 15 graden nog aangenaam te noemen. Gegeten hoefde er niet meer te worden, van een goede nachtrust moest er nog wel genoten worden, want het is niks dat je een dag kwijt bent, maar de volgende dag zouden we al weer weg vliegen, en vrij vroeg ook. Op naar Sydney, want Down Under gaan en Sydney niet bezoeken, dat was een regelrechte no go. Perth bekijken was dan ook geen optie nu. Dat moesten we dan maar op een later tijdstip doen. We zouden hier nog twee maal terug keren, ook al was dat maar voor kortere periodes.

SYDNEY

Halverwege de middag kwamen we aan bij ons hostel in Woolloomooloo, een vrij rustige buitenwijk van Sydney. Nu ja, buitenwijk. Nog altijd gelegen op loopafstand van eigenlijk alles wat je in Sydney wilt zien.
Heerlijk om weer even hier te zijn. Dit was nog meer thuis als Perth al was. Hier was alles begonnen. Hier liggen zoveel mooie momenten, zoveel! Hier ligt ook liefde begraven, hier bruist het, hier wonen vrienden. Hier voel ik me op mijn gemak. Sydney ik hou van je, voor altijd. Ja, die eerste dag hier. Een reisdag, een gebroken dag. Het weer speelde ook niet helemaal mee. Echt koud en nat in de stad. De spullen stonden netjes in de kamer. Tijd om maar eens een beetje op te frissen en een rondje te maken. Gewoon om even een beetje wat van de stad te zien. Matt had ik inmiddels ook ingelicht dat ik weer in de stad was. Even die goeie maat opzoeken. De volgende dag zou ik namelijk pas voor tourgids gaan spelen. Ze hadden beter weer voorspeld voor die dag ook gelukkig. Die avond zouden we lekker gaan eten bij Bill en Toni’s, mijn favoriete Italiaan. Matt mocht ook mee. Het was echt zo gezellig. Piet en Tom die hun uiterste best moesten doen om Matt zijn geratel te volgen. Een kan limonade op tafel en wat bij de slijterij gehaald bier op tafel. Oh god, wat mis ik dat BYO gebeuren. Na de maaltijd ging ik nog even de hort op met Matt. Pieter wilde graag naar bed, de lange reis kwam toch een beetje zijn gram halen. Ook Tom ging mee, die had de jetlag iets zwaarder te pakken. Maar, zo beloofde hij, we zouden nog een keer de bloemetjes buiten zetten. Beetje achter de dames aan, dat leek me nou wel wat met mijn bro. Dat kon nog wel eens heel interessant gaan worden, ik verheugde me er nu al op.

Ineens hoorde ik de stem van mijn vader en hij klonk niet heel vrolijk. Mijn ogen nog gesloten moest ik even nadenken. Die man sliep toch in een hele andere kamer? Ik lag toch in een slaapzaal en hij in een twinroom? Denk denk… Ik open mijn open en zeg, verslapen zeker? Ja! Hoe laat is het? 11 uur? Oh, das 2 ½ uur later dan de afspraak. Ik voel m’n hoofd een lichte suis maken als ik omhoog kom en bedenk me dat het maar goed is dat ze de deur niet eerder open hebben gekregen. Dan had ik geen mens meer geweest. Maar ik voel me redelijk tot goed nu. Goed, zeg ik, ik kleed me even om en dan is het tijd om wat van de stad te zien. Zo gezegd zo gedaan.
Zo, eerst even ontbijten. Waar kunnen we dat beter doen dan in Kings Cross. Bij mijn favo 7 dollar ontbijttoko!
Na een geweldig maal (bereidt door nog altijd dezelfde Aziaat (ben z’n naam weer kwijt) waren we klaar voor de rondleiding. Ik vertelde over het hostel, de staptenten, de hoeren, hoe het nu al opgeknapt was. We liepen via Mooloomooloo (heerlijk woord om te typen zeg) naar The rocks. Zagen de luxe jachten liggen bij de luxe appartementen, waar ook Mel Gibson en Lleyton Hewitt er een bezitten. En via de Rocks liepen we naar Circular Quay, vanwaar we de boot zouden nemen naar Manly. Het rondje dat ik eigenlijk altijd maakte met nieuwe mensen in “mijn” stad. Die bootrit is nu eenmaal perfect voor een mooi plaatje van de harbour bridge en the Opera house in een. Plus dat je ook van de omgeving wat ziet en naar een van de mooiste stranden van Sydney vaart. Nu ja, die binnen redelijke afstand liggen dan, Sydney is zo fucking groot. Een heerlijke dag was het, ondanks de wat latere start. Het werd wel fris aan het eind. Gelukkig kreeg ik voor het goede gidsen een lekkere trui kado van mijn toeristen. Terug liepen we ontspannen door de botanische tuin terug, waar de vleermuizen nog steeds rustig aan de takken hingen als rotte appels. Die avond ook maar weer een lekker maal op bij Harry the Wheels ( gotta love it) en wederom ging Tom noch Piet mee stappen. Doordat Matt het ook niet al te laat maakte, lag ik redelijk op tijd in bed. De volgende dag zouden we dan ook even het echte centrum gaan bekijken.

We konden deze morgen eens een beetje lekker uit slapen. Nu had ik dat de dag er voor ook al gedaan, maar dat even ter zijde. Na wederom een lekker ontbijtje was het tijd om via Hyde park en het centrum naar de Darling harbour te lopen. Hier in de haven gebeurt van alles. Het casino ligt er, evenals alle mooie zeiljachten waar de toeristen een dag of avond op mee kunnen varen. Een mooie lange loopbrug die de East-Sydney met het centrum verbind. De dag wass zowaar redelijk zonnig, alles zat mee. Lekker een beetje slenteren, een hapje hier en een drankje daar. Bij de Darling Harbour he b je ook het Sydney Aquarium. Een toeritische trekpleister van heb ik jou daar. Net zoiets als het oceanium in Blijdorp eigenlijk, maar dan weer net iets anders, iets groter ook. Genoeg om je een uurtje of twee zoet te houden. Wederom een lekker ontspannen dagje. Mijn laatse dagje in Sydney, ik voelde dat het nog wel eens heel lang zou kunnen gaan duren voordat ik hier weer zou komen. Maar ik zou een keer terug keren, al was het maar voor even. Nog even lekker ergens buiten de deur gegeten en daarna maar terug naar het hostel. Morgen zouden de Blaaken naar Alice Springs vliegen voor het tweede deel van de reis.
Op de kamer van Tom en Piet gingen we nog maar even een filmpje op de laptop kijken. Ergens daar voor was ik nog even tot ziens wezen zeggen tegen de purple palace bewoners, de schatten. Geen stappen meer, gewoon een filmpje en lekker op tijd naar bed. Een aangename afwisseling.

ALICE SPRINGS TO ADELAIDE

Nu kwamen we op een deel en gebied van de reis aan dat voor mij ook onbekend terrein was. Dus geen gidsen meer, gewoon alles op je af laten komen. Ineens was ik net zoveel toerist als de familie waar ik mee op reis was.
Ergens in de middag landen we op het kleine vliegveld van Alice Springs. Buiten moesten we wachten op de een bus van het hostel. Deze zou ons af komen halen, dus dat was goed geregeld. Het was koud in de woestijn, een beetje druilerig weer. Maar na de drukte van de stad, was het wel even lekker hier. De stad ademde rust uit.
Nou ja, stad. Alice telt slechts 28000 inwoners, en is niet meer dan een dorp. Na Darwin wel de grootste plaats van het Northern Territory, de provincie waar het in ligt. Een provincie die 33 maal groter is dan Nederland, maar slechts 227000 mensen heeft. Dit heeft er natuurlijk ook mee te maken dat het grootste gedeelte bestaat uit de Centraal Australische woestijn. Na een tweetal sigaretjes verscheen de chauffeur van ons busje ten tonele, tijd om naar het hostel te gaan. Een kort ritje, welke meteen een leuke eerste indruk van het dorp gaf, bracht ons naar het YHA hostel aan de rand van het centrum. Een net en gezellig hostel. Ik lag op een slaapzaaltje met 4 anderen, terwijl mijn reisgenoten op een gigantische kamer lagen. Het zou een twee persoons kamer zijn, maar je kon er ook makkelijk met zijn zessen op. Goed, het was zondag en de middag sloop rustig naar zijn einde toe. Maar even een rondje door het dorp maken. Misschien vast een beetje wat spulletjes kopen voor de geplande reis. Paar biertjes voor de avonduren, dat soort dingen. Zondag in Alice. Bijna alle winkels dicht, inclusief de slijterij. Het is daar verboden om op zondag alcohol te verkopen/kopen, behalve dan in de restaurantjes/barretjes. Aboriginals mogen hier daarintegen weer geen bier drinken, worden eigenlijk gewoon geweigerd. Discriminatie? Mag geen naam hebben.

We besloten dan ook maar om even gezellig wat te gaan drinken in Keller’s. Als er niets open is en je het geen zin om in het hostel te zitten, dan is een eetcafe een mooi alternatief. Na een aantal biertjes, kregen we toch wel een beetje honger. Laat er nu net een Sunday Roast op het menu staan, een typische zondag-traditie. Voor $15 per persoon, krijg je een heerlijk stuk vlees, een berg groenten en aardappels. En als je daarna nog meer trek hebt loop je gewoon nog een keer. Aansluitend is er dan ook nog een ijs- en fruitbuffet. Dit alles uiteraard begeleidt onder wederom een paar heerlijke pilzen. Inmiddels was er een country zanger ten tonele verschenen, welke een ruim repertoire aan bekende en onbekendere hits ten gehore bracht. Dat dit bij Pieter aardig in de smaak viel, was goed te merken. Met de nodige pintjes in het lijf begon die oude man zomaar mee te zingen en te klappen. Bij Tom was er enige vorm van schaamte zichtbaar. Ik was slechts bang dat hij er dadelijk ook nog bij zou gaan dansen. Gelukkig zou het zover niet komen. Nog redelijk vroeg in de avond keerden we terug naar het hostel. Tijd om nog even een filmpje te kijken op de laptop en dan maar eens rustig te gaan slapen. Aan het eind van de tweede film hoorde ik in mijn linker oor al enig gesnurk binnendringen. Pieter was al onder zeil. Ook Tom had het wel een beetje gehad. Tijd voor mij om ook maar naar mijn eigen kamer te vertrekken.

Goedemorgen Alice Springs, goedemorgen hostel. Nog een dagje zonder planning lag er voor ons, alvorens we een dag later eindelijk zouden vertrekken op onze Rock to Water tour, een trip van Alice naar Adelaide. Maar eerst nog even een lekker dagje doelloos rond dolen. Ondanks dat er gisteren een hoop gesloten was, waren we er toch in geslaagd om bij de supermarkt nog een ontbijt in te slaan. Eerst maar eens een lekker ontbijtje klaar maken dus, gevolgd door een heerlijke verkwikkende douche. Het was al na half elf, toen iedereen eindelijk gereed was. Het weer was inmiddels redelijk bijgetrokken. Nu ja, het was droog en bewolkt, wat al een flinke vooruitgang was met de voorgaande dag. Aan de rand van Alice Springs heb je een kleine heuvel met daarop iets dat op een fallus lijkt, zo zagen wij bij het inlopen van de stad. Dat zal wel een mooi uitzicht geven, dachtten wij gedrieen. Dus zo slenterden we in een lekker zonnetje een bergje op. Het bleek te gaan om Anzac Hill, met daarop een gedenksteen ter nagedachtenis aan alle gesneuvelde soldaten. Anzac staat dan ook voor Austalian New Zealand Army Corps. Mooi zicht op de stad ook. Nu pas kon je goed zijn dat het eigenlijk maar een heel klein dorp was. Maar wel mooi, midden in de woestijn aan een rivier, omringd door diverse bergketens.
Tijdens het lopen op zondag waren we ook een bord tegen gekomen van het Alice Springs reptile centre.
Daar we toch niet veel beters te doen hadden, gingen we hier ook maar eens een kijkje nemen. Dit reptielenhuis is in handen van een particulier, welke er merendeels ‘lokale’ reptielen houdt. Ook zijn ze hier actief als slangenverwijderaar, dus mocht je er ooit in de buurt rijden en er een Oxyuranus microlepidotus op je achterbank liggen, bel dan even met het reptielencentrum, of je moet jezelf genegen voelen om ‘s werelds giftigste landslang van je achterbank te plukken natuurlijk. Zo zit je ineens met een hagedis op je schouder en een ander reptiel in je hand. Staar je naar fossielen van miljoenen jaren oud en zie je Terry, de 3.5m lange zoutwatercroc, voorbij zwemmen in zijn bassin. Aan het eind van de middag moesten we dan nog maar even inkopen gaan doen voor de aanstaande trip. Wat bier, wat te snoepen etc. Een warm vest, nieuwe schoenen, ondergoed, een pet. Kortom, geheel bepakt en bezakt met van alles en nog niks wat in de planning lag kwamen we even terug bij het hostel om de spullen af te gooien. Om niet veel later maar meteen weer te vertrekken, hongerig als we waren. Op naar Todd Tavern voor een lekkere mixed grill en uiteraard een lekker biertje. In deze tent hingen overal camera’s, dus als de mensen thuis hadden ingelogd op hun website, hadden ze ons kunnen zien eten. Jammer dat we hier pas bij vertrek achter kwamen, maar toch, beter laat dan nooit. Denk alleen niet dat ze er aan uitzending gemist doen. Terug in het hostel wederom een filmpje aan gezet. Ook ik zou die avond bij Piet en Tom op de kamer blijven. Wel zo handig en ik hoefde dan niet heel m’n kamer wakker te maken als ik weer binnen was. Dan kon ik de volgende ochtend voor vertrek gewoon nog even mijn spullen pakken. Had ik nu maar op mijn eigen kamer gaan liggen. Twee snurkers om me heen, wat een drama. Geheel gebroken zat ik de volgende ochtend dan ook aan het ontbijt, klaar om verder te slapen in het busje, welke om 12 uur zou vertrekken. Roadtrip!!! Georganiseerd, dat wel.

De bus, eindelijk. Instappen en wegwezen. Tijd om eens even door de woestijn te gaan crossen. Flick was onze vrouwelijke gids en chauffeur. Een hele gezellige lesbo van middelbare leeftijd, welke een grote kennis van het land bezat en dan met name ook van de aboriginals en hun cultuur. Een aparte verschijning met een gouden hart.
De bus kon zo’n twintig man herbergen en deze zaten er dan ook alle 20 in. Een aantal Canadezen, een Frans stelletje, wij Hollanders natuurlijk, nog wat volk uit Isreal en twee meiden uit Azie. Mooi gemeleerd gezelschapje weer. Rond het middaguur kwamen de wielen van de bus eindelijk in beweging. Tijd voor een ritje naar het kamp alwaar we de nacht door zouden brengen. Meer was er niet in de planning. Gewoon even elkaar een beetje leren kennen. Biertjes drinken bij het kampvuur en een lekkere maaltijd bereiden. Goed vertoeven op een all-inclusive bustocht. Die nacht zou de eerste van drie nachten in een Swag worden. Een swag is een soort stoffen omhulsel, dat misschien nog wel het meest op een grafkist lijkt. Hier duik je met je slaapzak in, rits je je lijkzak dicht, kan je eventueel nog een flapje over je hoofd trekken, mits je geen claustrofobie hebt en dan lekker slapen in de buitenlucht. Voordat je in je swag stapt moet je er wel altijd even op slaan overigens. Het zal niet de eerste keer zijn dat er overdag een slang of iets in is gekropen om een uiltje te knappen. Geen electriciteit, dus je leeft met de zon. Nu was het redelijk winter aan het worden, dus de avond viel al rond zeven uur, terwijl twaalf uur later de dag weer aan ving. Kortom, vanaf zeven uur zit je rond een kampvuur, dan ben je rond tien uur al redelijk brak. De eerste taaiden dan ook al rond deze tijd af. In een swag in de koude winternacht. Mensen met driedubbele trainingsbroeken, thermo shirts en ijsmutsen. Ik had al gezegd, (zo goed als) naakt er in kruipen en dan wat kleren in je slaapzak gooien, dan hou je de warmte veel beter vast, maar wie luistert er nu naar een kaaskop. Dus de volgende morgen een aantal mensen zeurend over de kou, terwijl ik daar in m’n stringetje en ontbloot bovenlijf uit m’n hobbezak kwam zetten. En dan verbaasd aan gekeken worden?!

De eerste volledige dag. We zouden Wattarka gaan bezoeken, beter bekend als Kings Canyon. Schitterende wandeling langs stijle rotswanden en door diepe dalen. Uitzichten om van te watertanden. Wel een fysieke inspanning, zeker voor mijn toch al wat oudere vadertje. Toch hield de man aardig stand in dit natuurgeweld, zijn roestige gewrichten ten spijt. Mooi om te zien hoe de natuurlijke elementen in staat zijn om de meest imposante dingen te vormen.Onderweg vertelde Flick af en toe eens iets over de geschiedenis van het dit gebied.
Ooit had dit alles onder water gelegen, Lang geleden, maar als je weet hoe te kijken, kon je nog steeds sporen hiervan zien. Na de lange vermoeiende wandeling konden we even uitblazen bij de bus en was er even tijd voor een lunch, alvorens we verder zouden rijden naar de camping, welke vrij dicht bij Uluru ligt. We waren echter wat aan de late kant, dus de beslissing werd gemaakt om eerst naar Uluru te rijden, zodat we de zonsondergang niet zouden missen. Uluru, een grote rooie rots in een verder plat landschap. Het heeft iets magisch, iets mystieks en aan de andere kant ook weer niet veel bijzonders. Maar het was prachtig om van een afstand te aanschouwen hoe de ondergaande vuurbol speelde met de rots, van licht- naar donkerrood. Een mooi schouwspel, nippend aan een biertje. Jammer van de honderd andere touringcars en duizend toeristen. Maar goed, het maakte het niet minder mooi. Na een lekkere vegetarische maaltijd, een kampvuur en weer de nodige pilzen, kropen we tegen elven weer de swag in. De volgende dag moesten we namelijk weer vroeg op, om ook de zonsopgang bij Uluru te gaan bekijken.

Je zou denken dat de zonsopgang een soort omgekeerd effect op de rots zou hebben, maar dit was niet het geval. Misschien ook omdat we op een andere locatie aanwezig waren. Wederom was het prachtig om te zien, maar stiekem was ik al een beetje moe van de rots. Zeker omdat we steeds op enkele kilometers afstand stonden te kijken. Ik wilde de rots van dichtbij zien. De planning zou dit echter pas een dag later toe laten. Vandaag stond namelijk Kata Tjuta op het programma, beter bekend als de Olgas. Een hele vreemde bergketen, allemaal mooi rond en glooiend. Niet iets dat lijkt op een echte berg. Gewoon heel zacht, alsof een kunstenaar ze mooi heeft afgewerkt alvorens ze zomaar ergens midden in een landschap te plaatsen. Een schitterende wandeling door de vallei van de wind. Hier was het dat we de eerste kangaroe van dichtbij zagen. Nu ja, het was eigenlijk een wallabie, maar een kniesoor die daar op let. Na weer bij de bus aangekomen te zijn, was het tijd om verder te rijden. Naar het Culturele centrum, van de lokale aboriginal stam, aan de voet van de Uluru. Hier viel het een en ander op te maken uit de geschiedenis en de overlevering. Niet heel bijzonder, maar zeker wel een leuke tijdsbesteding voor de namiddag. De avond viel zoals altijd al weer vroeg. Dus op tijd weer op de camping zijn, zodat we lekker een hapje konden gaan eten, alvorens we weer lekker bij het kampvuur zouden kruipen. Ik vond het heerlijk, dat leven aan de hand van de zon. Opstaan met het eerste licht. De dag nuttig besteden, koken voor het vallen van het laatste licht. Een vuurtje ontsteken en om een uur of tien, moe maar voldaan, in de zak kruipen. Met zo’n leven is een klok ineens niet meer dan een luxe artikel.

Goedemorgen wereld. Vandaag zou het dan eindelijk gaan gebeuren. We zouden nu echt naar de voet van Uluru gaan. Onderweg in het busje legde onze reislesbo uit dat er de mogelijkheid tot beklimmen van de magische berg was. Voor de aboriginals is dit een zeer heilige plaats en uit respect verzoeken ze je dan ook de berg niet te beklimmen. Maar volgens de Australische wet is het gewoon legaal. Dit is wat ze erover zeggen bij het informatiecentrum; "the climb is not prohibited, but we prefer that, as a guest on Anangu land, you will choose to respect our law and culture by not climbing. Ook onze gids probeerde uit te leggen dat het beter was het niet te doen. Zij was heel erg begaan met de aboriginals, hun strijd en hun normen en waarden. Ik heb tot het moment dat ik de bus uit stpate getwijfeld wat te doen. Als ik het wel zou doen, zou ik een soort spijt hebben, omdat ik respectloos ben richting een volk in wiens kleine stuk land ik te gast ben. Aan de andere kant, als ik het niet zou doen, zou de kans zich waarschijnlijk ook nooit meer voor doen. Zeker omdat er al werd gepraat over het sluiten van de berg voor beklimming. Iets dat overigens tot op heden nog steeds niet is gebeurd. De uitdaging en nieuwsgierigheid won het uiteindelijk van het respect. En zo beklom ik, samen met Matt de Canadees, een engels stelletje en de twee aziatische giecheldozen, de befaamde berg. De rest van de groep zou van Flick een rondleiding krijgen om de voet van de berg. Iets dat ook zeker de moeite waard was, hoorde ik achteraf. Maar ja, het leven is nu eenmaal keuzes maken. Een pittige klim bracht ons naar de boven. Hierna was er nog een relatief makkelijk wandelingetje naar het hoogste punt van de berg. Aan het eind van het ‘pad’, stond dan een gedenkplaat, zodat je wist; dit was het. De klim zit er op. Hoewel de berg al die tijd iets magisch had gehad, was dat op slag verdwenen na de beklimming. Ineens was het niet meer dan een rots. Misschien dat dit ook voort komt door een soort schuldgevoel. Ik vraag me nog steeds af hoe ik nu tegen de rots aan had gekeken, wanneer ik hem niet bedwongen had.

Na drie dagen van relatief weinig kilometers afleggen, moest er dan nu echt even een goed aantal uren in de bus doorgebracht gaan worden. We zouden naar Coober Pedy gaan. Een dorpje dat bekend staat om zijn opaalwinning. Dit dorpje, met nog geen 2000 inwoners, is echt een gat van jawelste. Vele huizen liggen onder de grond. Enerzijds omdat het hier bloedverziekend heet kan worden en het ondergronds toch altijd koel blijft, anderzijds omdat ze de gangen van de reeds leeggehaalde opaalmijnen, willen hergebruiken. En dan is het omtoveren tot een woning een handige oplossing en een redelijk goedkope ook. Vroeg in de avond reden we Coober Pedy binnen, na onderweg nog even met en lekke band langs de kant van de weg te hebben gestaan. Maar uiteindelijk kwamen we toch mooi op tijd aan bij het Umoona Opal Mine and Bunkhouse. Een soort hostel, ondergronds gelegen. Wel een aparte ervaring. Na de bedden op te hebben gemaakt was het tijd om maar eens uit eten te gaan. Even geen diner bij kampvuur, maar gewoon lekker met heel de groep naar de pizzeria en daarna lekker de kroeg in. In de kroeg was ook een airhockey tafel aanwezig, dus zo moest er natuurlijk weer een broederstrijd uitgevochten worden. Ik kan het me niet helemaal meer herinneren, maar volgens mij stapte ik als winnaar de kroeg uit. Het was een hele ontspannen avondje, waarin de groep toch wat nader tot elkaar kwam. Een paar drankjes en de bewoonde wereld doen dan toch wonderen. En je slaapt er nog lekker op ook.

De volgende dag was het tijd om wat over opaal te leren, te kijken hoe de mensen wonen, en het museum te bezoeken. Ik zal hier verder niet te veel over uitweiden verder. Het was wel leuk om te zien, maar niet bijzonder. Zeg maar gerust saai met een lange aai. Na de lunch mochten we zelf nog even gaan kijken of we opaal konden vinden op een verlaten stuk grond. Opaal is belachelijk duur, dus iedereen had de hoop als rijk man weer naar de bus te keren. Maar helaas, veel verder dan een klein scherfje kwam er niemand. De meeste hadden gewoon stukjes steen verzameld welke mooi waren, of er enigszins op leken. Kwarts, niets meer, niets minder. Het meest voorkomende mineraal op aarde. Dat kan een blinde in de woestijn nog vinden. Maar goed, een beetje bezigheidstherapie kon ook geen kwaad. Vroeg in de middag reden we weg uit Coober Pedy. Er diende nog 600 kilometer afgelegd te worden naar ons verblijf voor de laatste nacht. Een mooie rit bracht ons naar Port Germein, Waar we de nacht door zouden brengen in een aantal sta caravans. Pieter, Tom, ik en een Frans stelletje zouden een der caravans delen. De laatste restjes eten werden verdeeld onder de hongerige reizigers. Een probleempje was er alleen. Geen tijd gehad om drank in te slaan. Gelukkig wist Flick nog een bottleshop die open was, dus even gezellig samen met haar de nodige versnaperingen gaan halen. Dit was voor het eerst dat ik alleen met de reisleidster was. Een prachtmens was het. Vol met verhalen over van alles en nog wat. Het was gewoon jammer om weer terug bij de caravans te zijn. Na alle indrukken van de afgelopen dagen, was het heerlijk om even in een rukplaats te zitten en gewoon even lekker te kletsen. De pilzen werden genoten en langzaam maar zeker begon het bed te roepen. Welterusten.

De laatste dag. Vandaag zouden we in Adelaide aankomen. Iets waar vader en broer wel naar uit leken te kijken. En ik moet zeggen, ik toch ook wel een beetje. Ik ben sowieso niet echt van dat groepsgebeuren, ontdek alles liever zelf. Dus Adelaide lonkte, precies op tijd. Maar eerst werd er nog even koers gezet naar het strand. Port Germein bezit namelijk de langste diepwater steiger van de zuidelijke hemisfeer. Ja, dat wil je natuurlijk niet issen. Hmmm, een steiger blijft een steiger. Maar goed, een lekkere laatste lunch aan het strand was toch ook niet verkeerd. Daarna was het weer tijd om de bus in te springen. Op naar Adelaide. Iedereen diende aan te geven in welk hostel ze zouden verblijven, dan zou je voor de deur afgezet worden. Service van de zaak. Ondanks dat we best een leuke groep hadden, ben ik vergeten om facebook-adressen en telefoonnummers uit te wisselen. Wel jammer, want foto’s uitwisselen zat er dus ook niet meer in. Ach, weer in de stad. Het was wel even lekker om weer in de drukte te zijn na een kleine week vol rust en natuur. Eerst maar eens even lekker uit eten met de heren van Blaak. Lappen vlees, een paar pilzen, dat ging er prima in. Na het eten lekker rustig terug geslenterd naar het hostel. Piet en Tom vonden het welletjes geweest. Ik was die middag echter tegen een gast uit Eindhoven aan gelopen en na een babbeltje van twee minuten besloten we dat we die avond maar eens even de stad in moesten. Het werd een hele aparte, doch gezellige, avond, welke ons langs allerlei vage kroegjes deed gaan. Diep in de nacht, vond ik dan toch ook mijn bed. Een paar uur slapen in het verschiet. De volgende dag zouden we de stad even gaan bekijken, om later die avond weer in het vliegtuig naar Perth te springen.

En zo was het al weer 8 juni. Nog slechts een dag of zes en het zou alweer ten einde zijn. Maar eerst nog maar eens even bijna een hele dag doorbrengen in Adelaide. Eens even kijken wat hier allemaal te beleven is. Dus gedrieen slenteren we door de straten. Een enkel winkeltje is open, maar verder is het rustig. Te rustig voor een stad met bijna 1,3 miljoen inwoners. Zelfs voor een maandag. Toch eens even navraag doen. En ja hoor, wat blijkt. Het is de queen’s birthday. Koninginnendag zeg maar, maar dan vanwege de koningin van Engeland.
In Nederland is het feest door het gehele land, maar in Australie is er dus werkelijk geen ruk te doen. Hebben wij weer! Nu ja, dan maar met de metro naar Glenelg. We hadden er nooit van gehoord, maar een toevallige passant vertelde ons dat, als er al iets te doen zou zijn, hetdaar zou gebeuren. In de populairste aan zee gelegen wijk.
En jawel hoor, hier ging het helemaal los. Hier was zeker de helft van de winkels geopend en liepen er in ieder geval mensen over straat. Rustig slenterend gingen we richting de zee om daar van de lunch te gaan genieten.
Er was niet zo veel te doen dus. Gelukkig zouden we aan het begin van de avond naar Perth vliegen. De spullen stonden nog in de bagage kamer van het hostel, dus ook deze moesten nog even opgehaald worden, alvorens we naar het vliegveld gingen. Adelaide, waarschijnlijk zal dat de enige stad Down Under blijven, die ik niet heb ervaren.


PITSTOP IN PERTH EN OP NAAR DE MOLEN

Of het nu laat in de middag was of vroeg in de avond, mag me even ontgaan gaan zijn. Maar hoe dan ook, we waren weer bij de Witch’s hat in Perth. Daar waar de reis een kleine twee weken terug ook zijn aanvang had. Eigenlijk zou er toen al een dag extra beschikbaar zijn, maar de eerder genoemde vertraging had dit verhinderd. Dus waren ik en mijn bloedverwanten nog niet in de mogelijkheid geweest om Perth nu echt te zien. Kortom, ik had nog geen kans gehad weer even lekker de gids uit te hangen. Dat moest dan maar de volgende dag gaan plaats vinden, na een welverdiende nachtrust. Broer en vader weer op een tweepersoonskamer. En ik had geluk, want ik mocht ook in een tweepersoonskamer, helemaal alleen. De slaapzaaltjes waren vol, just my luck. Een rustig avondje, een vroegertje. Heerlijk!

Goedemorgen Perth. Best wel even lekker om weer in bekende omgeving te zijn na twee weken gejakker.
We liepen naar de kruising van Palmerston- en Aberdeenstreet en kwamen een geschikte lunchtent tegen, het Opal cafe. Onder het genot van goed eten, een kop koffie en een vers sapje, namen we de verdere dagplanning maar eens door. Ik had even behoefte aan wat ruimte. Nu wilde het geval dat ik nog even langs mijn oude huis moest. Dus stuurde ik Piet en Tom de stad in, om daar een beetje rond te banjeren, terwijl ik naar Manning zou crossen. We zouden een ruime twee uur later weer afspreken bij Bell Tower, aan de rivier. Een kleine drie uur later ontmoette ik ze daar, mijn oude vadertje en mijn kleine broer. Ze hadden zich redelijk kunnen vermaken in de stad. Nu zouden we een lekkere wandeling gaan ondernemen naar Kings Park. En we liepen en liepen. Het werd later en later. Staande op een viaduct ‘moon’ je nog even naar de auto’s, je moet wat. Toen we eenmaal onder aan Jacob’s Ladder stonden, begon de schemering al heel langzaam in te treden. Tja, en toen moest de ladder nog beklommen worden. Een steile partij trappen, welke je naar de voet van Kings Park zouden brengen. Een prachtig stukje film is beschikbaar, waarop een man van halverwege de vijftig een trap op sjokt. Steeds verder zie je de schouders in zakken, steeds luider het gezucht. Eenmaal boven, was de schemering al daadwerkelijk een feit. Een mooi uitzicht over de rivier als gevolg. Helaas waren we door de invallende duisternis wel genoodzaakt weer terug naar de stad te lopen, zodat het echte Kings Park niet zou toe behoren aan de reisverhalen van pa en zoons Blaak. Inmiddels begonnen we ook al redelijk honger te krijgen. Nu is er in Perth een heel lief, klein stukje Chinatown. Aziatisch, daar hadden we allemaal wel trek in. Dus kwamen de borden nasi en bami met vlees op tafel. Nog een klein afzakkertje en terug naar het hostel. De volgende morgen vertrok de bus naar Albany al om 8 uur. Op naar The Lily, op naar de molen.

Een busreis van een uur of zes, bracht ons naar het 400 kilometer verder gelegen Albany. We stapten uit bij het plaatselijke VVV kantoor en deden navraag waar we de auto op konden halen. Ja, we hadden zowaar een auto gehuurd. Ondanks dat ze daar aan de linker kant rijden en het mijn vader alleen daarom al liever niet wilde rijden, was dit de enige mogelijkheid om naar de Stirling Ranges te gaan. Gelukkig is het een relatief rustig stadje en is de weg naar de molen al helemaal niet druk, dus we durfden het wel aan, gedrieën in een auto te stappen. Ik bood nog aan om te rijden, maar dat leek Pieter geen strak plan, ondanks dat ik meer ervaring had met het rijden aan de linker kant. De auto stond op de parkeerplaats bij het VVV kantoor (waar toevallig ook de bushalte is) en een medewerker van het verhuurbedrijf stonbd al enthousiast op ons te wachten. Na het nodige papierwerk konden we dan ook eindelijk op pad, op naar The Lily.

Je neemt drie keer een rotonde via de verkeerde kant, rijdt een tweetal keer tegen het verkeer in en scheurt met gierende banden door een woonwijk. Dan claxoneer je eens flink naar een paar bejaarden die over willen steken en welhaast een hartfalen krijgen en voor je het weet ben je buiten de stad en zit je eidelijk in rustig vaarwater. Ja, het was heel ontspannen de stad uit komen. We waren minstens tien jaar ouder geworden in die paar kilometer. Fijn wel, een relaxte bestuurder die je een beetje op je gemak stelt. Maar goed, we waren Albany uit en al dat nu nog restte was één lange slingerweg naar de Stirling Ranges. Zo tegen een uur of vier kregen we dan eindelijk de molen in zicht. Het laatste deel van ons avontuur ging beginnen.

De molen als laatste deel van de reis. Een keuze welke vooraf zeer goed doordacht was. Je moet het een beetje zien als een hond een kluifje voor houden. Op het moment dat je hem het kluifje geeft, is de aandacht en de interesse daarna weg. Maar wil je de hond gedurende een bepaalde tijd optimaal benutten, dan dien je gewoon elke keer wanneer hij een beetje dwars gaat doen, het kluifje tevoorschijn te toveren en je hebt weer de volledige aandacht. Een mooie metafoor, al zeg ik het zelf. De molen als kluifje voor mijn lieve kleine molenaartje. Bewust aan het einde van de reis geplaatst dus. We waren het er allen mee eens, het lijdend voorwerp in deze inkluis.

Wanneer we het terrein op rijden, komen Pleun en Hennie al naar buiten. Ze hadden ons verwacht, dus dat verbaasde me weinig. We hadden de ‘Winery’ geboekt, omdat dit goedkoper was dan de Hollandse huizen, welke Pleun ook op het terrein heeft gebouwd voor de verhuur. Even alles aan elkaar voorstellen en en kort praatje. Redelijk moe waren we wel, na een dagje reizen. De schatten van Hitzert hadden ons echter een gratis upgrade gegeven en zo konden we toch nog lekker in het grote huis bij de open haard kruipen. Ik mocht helemaal gratis verblijven, waardoor we er uiteindelijk nog goedkoper uit waren. Terwijl Piet en Tom naar het huis gingen, stapte ik even het huis binnen bij Pleun en Hennie. Even gezellig bij kletsen. Ondanks dat ik hier maar een kleine vier weken te gast was geweest, voelde dit als een warm nest. Ik ben zo goed behandeld hier (lees: in de watten gelegd), dat het niet mogelijk is dit niet als een stukje thuis aan de andere kant van de werled te zien. Terwijl we zo zaten te babbelen, maakte Pleun de mooiste opmerking die ik in de hele vakantie heb gehoord. Ik citeer: ‘Dus die langere man is je vader en dan is die andere dus de broer van je vader, jou oom?’
Deze opmerking heeft, steeds wanneer hij mijn gedachtengang passeerde, een glimlach op mijn gezicht getoverd. Ja, drie weken Australië hadden Tom er een stuk ouder uit laten zien.

’s Avonds genoten we van een lekkere maaltijd en staken we de kachel maar aan. Het was inmiddels gewoon winter daar, waardoor de nachttemperatuur niet veel hoger lag dan een graad of acht. Met een goed glas bier, zochten de Blaakmannen dan ook maar lekker de warmte op van de openhaard. Een beetje babbelen, spelletje spelen en muziek luisteren. Meer was er ook niet te doen in het mooie huis. Geheel ingericht in een beetje een oud-Hollandse stijl, was het een heel leuk verblijf. Alsof je niet naar Australië was gereist, maar meer alsof je 30 jaar terug in de tijd was gereist. De volgende dag was de enige hele dag die we tot onze beschikking zouden hebben. De dag erna zouden we namelijk al weer terug naar Albany crossen. Wat er uiteraard eens goed bekeken diende te worden, was de molen natuurlijk. Normaal laat Pleun geen mensen alleen in de molen, maar doordat hij druk was, mocht ik alvast de sleutel hebben en een rondje maken met mijn vader en broer. Daar ik ook even gids ben geweest in de molen aldaar, kon dat geen kwaad. Wel grappig dat wanneer ik nu in een molen in Nederland kom, ik de onderdelen eigenlijk slechts in het Engels weet te benoemen. Tom vond het geweldig en heeft de molen van onder tot boven uitgeplozen. Ook Piet was, in mijn ogen, aardig onder de indruk. Net zoals ik dat was toen ik het voor de eerste keer mocht aanschouwen. Nu was voor mij de nieuwigheid er af, maar dat maakt het niet minder leuk om er weer even een kijkje binnen te nemen.

Nu was het nog ochtend toen we eenmaal de molen betraden, en om nu een hele dag in één en dezelfde molen rond te hangen, dat is natuurlijk ook niet te doen. Maar voor een ruime twee uur zijn we er toch wel zoet mee geweest. Na even een bammetje te hebben gegeten, was er nog een groot deel van de middag over. Je zit daar nu eenmaal wel een beetje in niemandsland, dus veel te doen is er niet. Behalve dan naar Stirling Ranges NP, met het mooie Bluff Knoll als toeristische trekpleister. Boven op deze rots waren de eerste sporen van sneeuw al zichtbaar. Dit is ook tevens een van de weinige plekken in Western Australia waar bijna elke winter (op grote hoogte, zoals op Bluff Knoll zelf), sneeuw valt. Door invallende duisternis en licht druilerig en koud weer (ik laat het conditie aspect bij senior even achterwege), moesten we echter halverwege al weer om keren. Maar dat was meer dan genoeg om een goede en mooie impressie te krijgen van de schitterende omgeving aldaar. En ja, dan rijd je dus in de beginnende schemering terug naar the Lily. De beste tijd om kangaroes te zien. Terwijl we rustig de vallei terug in reden, zagen we er een paar weg schieten tusen de bosjes. Tja, Tom en Piet hadden die beesten nog niet echt in het wild gezien, dus even de auto in de berm parkeren en als echte avonturiers geruisloos door de bossen sluipen. Uiteindelijk hebben we er best wel redelijk wat gezien, hoewel het helaas in geen enkel geval is gelukt om ze ook daadwerkelijk of foto of video vast te leggen. Maar even met de ogen knipperen,...... klik,.... en het plaatje zit voor eeuwig in het interne geheugenkaartje.

Na wederom een lekker ontspannen avondje bij de openhaard, doken we redelijk op tijd voor de tweede en laatste maal ons lekkere bedje in. De volgende dag zouden we namelijk al weer vertrekken naar Albany. Het einde van de reis was nu echt aanstonds.Redelijk bijtijds zaten we aan het ontbijt. Lekkere dikke plakken van het door Pleun zelf gebakken brood, een ware traktatie voor de hongerige ochtendbuik. Aangezien we toch een auto ter beschikking hadden besloten we ook nog even om een dorpje verderop te kijken. Wie weet is daar nog wat te zien of beleven. Zo reden we nog even langs het 40 kilometer verder gelegen Gnowangerup. Het ritje op zich was mooi, langs de akkers en door plaatsjes met niet meer dan 100 inwoners. Maar daar kwamen we dan eindelijk in de stad terecht, 650 inwoners wel te verstaan. Er bleek dan ook niet veel te beleven. Na een sigaretje te hebben gerookt en de benen te hebben gestrekt, besloten we dan ook om maar weer terug te rijden om de spullen op te pikken en te vertrekken richting Albany


Albany en tot ziens Australië.
(Perth-Kuala Lumpur-London-Memmingen-Augsburg, kortom een stukje reizen)

Nadat we de auto keurig ingeleverd hadden bij de maatsschappij, konden we inchecken voor onze laatste nacht samen. Ik had voor de nacht er op nog wel de Witches Hat geboekt in Perth, maar Piet en Tom zouden hier niet meer slapen, aangezien ze al vroeg in de nacht op het vliegveld moesten zijn. Het was al in de middag toen we gedrieën het hostel uit liepen. Een snelle blik in de Lonely Planet, vertelde ons dat er op een niet al te grote afstand een paar mooie ‘blowholes moesten zijn. Kortom een plek waar het de golven op de rotsen slaan, waardoor het door de scheuren in de rotsen omhoog wordt gespoten. Ik had ze al meermalen gezien, maar het blijft elke keer een ander en prachtig gezicht. Het was dan ook niet moeilijk om te vinden. En het was wederom weer een spectakel om dit natuurgeweld te aanschouwen. Later die avond nam Piet, mij en mijn broer mee uit eten. Als een soort galgenmaal. Goed gevuld wandelde we de frisse avond in, op naar het hostel voor de laatste nacht. We sliepen met zijn drieën in een vijfpersoons kamer, dus we hadden plek genoeg. Nog even een filmpje kijken en daarna lekker onder de wol. Om acht uur vertrok de bus al weer, terug naar Perth.

Het was al weer halverwege de middag dat we aankwamen op het busstation in Perth. Wederom naar hetzelfde hostel in Perth. Voor Piet en Tom was het meer om even de tassen te stallen en nog even op te frissen voor ze aan de terugreis zouden beginnen. Veel deden we niet meer die dag. Nog even een hapje eten, een sapje drinken en een beetje ontspannen. Het was het einde en het was mooi geweest. Daar waren we het alle drie over eens.
Nadat ik de heren en de taxi had uitgezwaaid, kon ik kiezen in welke van de drie beschikbare bedden ik neer zou strijken. Nog twee hele dagen had ik over, voordat ik op het vliegtuig zou stappen. Twee dagen om nog een maal langs mijn vrienden van mijn oude werk te gaan, mijn vrienden en tevens voormalig huisgenoten gedag te zeggen en nog een keer lekker op stap te gaan. Deze geplande opzet slaagde dan ook volkomen. Afscheid nemen van Carlo viel me zwaar. Hij was zich heel erg aan me gaan hechten en kon zijn emoties dan ook nauwelijks de baas. Ik mocht hem ook graag, maar had met het afscheid mionder moeite, Ik had meer moeite met zijn moeite, dan met het afscheid. Matt, Brendan en Meatball trakteerden me nog op een lekker laatste afscheidsbiertje en een leuk avondje in de stad, maar na die twee dagen was het dan echt tijd om te vertrekken. De rugzak weer om de schouders en op naar Duistland, naar Augsburg om precies te zijn. Naar een klein meisje aldaar, om te kijken of ze mijn hart nog ergens bewaard had. Liefde en reizen, het haalt de balans uit keuzes. Maar zoals altijd komt ook dat wel weer op zijn pootjes terecht.

P.S., Tom en Piet, bedankt voor de geweldige ervaring. Ik heb enorm genoten van het feit dat we met zijn drieën
in een heel andere wereld, echt als maatjes, een prachtige reis hebben gemaakt en beleefd.

Morgen is Mark jarig! Verras Mark met een belletje via Hallobuitenland.nl

Reageer op dit reisverslag

Profiel


Huidige locatie:
Australië Australië, Perth

Vandaag:

7°/22°

Morgen:

8°/22°

Mijn reisstatus:
Ik ben op reis
Mijn huidige reis:
Mijn eerste reis
Mijn andere reizen:
Weer even weg, twee maand ... (2011)
Mijn bezochte landen:
AustraliëCambodjaCanadaDuitslandMaleisiëNederlandNieuw ZeelandSingaporeSpanjeThailandVerenigd Koninkrijk

Groepen

Waar ik lid van ben (1):

activityinternational logoactivi..

Fotoboek

Je computer beschikt nog niet over Flash. Download en installeer Flash.
afwasseninzee
afwasseninzee
bayatrottnest
bayatrottnest
beach@night
beach@night

Video\'s

Je computer beschikt nog niet over Flash. Download en installeer Flash.

Recente reisverslagen

Australië  31/10/2011 Familiebezoek ... (0)
Nederland  19/5/2010 Vast(igheid) i... (0)
Nederland  18/1/2010 Perth: huisje,... (0)
Nederland  22/12/2009 Terug in Thail... (6)
Nederland  19/11/2009 Vaarwel Austra... (0)

Blijf op de hoogte

E-mail
RSS
Widget

Ja, ik wil direct een e-mail ontvangen na elk nieuw reisverslag!

Mijn e-mailadres:

Via je mobieltje op de hoogte blijven van elk nieuw reisverslag? Stuur een sms
START FOLLOWING BLABLABLAAK ON
naar 1008.
(€ 0,55 p.o.b. max.1 per dag. Lees de voorwaarden)

Voeg de link toe aan je favoriete RSS reader



Wat is dit?

Voeg de volgende HTML code toe aan je weblog/hyve/enz: Lees verder...

Dit dagboek heeft in totaal 38273 pageviews en is onderdeel van WaarBenJij.Nu